Moeder gaat in de tuin wonen 

We moeten meer voor onze ouders zorgen en meer betalen voor langdurige zorg. Steeds meer mensen kiezen vooreen woonvoorziening die daarop inspeelt: de mantelzorgwoning.

 

Even met je moeder naar de huisarts. Dat is op zich geen tijdrovend karwei, maar als moeder in een dorp tien kilometer verderop woont, neemt zo’n doktersbezoekje al snel een hele ochtend in beslag. En als daar wekelijks nog andere zorgtaken bij komen, zoals het afleveren van zware boodschappen of een bezoek aan de kapper, geeft dat thuis veel onrust, zo ondervond Caroline Bindels uit Effen (gemeente Breda). Nadat haar vader in september was overleden, kwam een groot deel van de zorg voor haar moeder op haar schouders terecht.

Langer thuis blijven wonen

In de toekomst zullen steeds meer mensen in zo’n situatie terechtkomen. Want het kabinet wil dat kinderen, andere familieleden en vrienden meer zorgtaken voor hulpbehoevende naasten op zich nemen. Volksverzekering AWBZ, dat niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico’s dekt zoals opname in een verzorgingshuis of verpleging aan huis, is uit zijn jasje gegroeid.

Om te voorkomen dat die onbetaalbaar wordt, zal de AWBZ vanaf 2015 gereduceerd worden tot rompverzekering uitsluitend bedoeld voor de zware zorg voor ouderen en gehandicapten. Huishoudelijke hulp komt voortaan voor eigen rekening, voor wie het kan betalen. Ook gaat de drempel voor opname in een zorginstelling fors omhoog. Van ouderen zal worden verwacht dat ze langer thuis blijven wonen en voor de benodigde ondersteuning eerst hun sociale netwerk en portemonnee aanspreken.

Patiobungalows

De regie voor deze zorg wordt grotendeels overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten, die voor deze diensten een lager bedrag krijgen. Zij overleggen met hulp­behoevenden over de benodigde zorg, in een zogeheten keukentafelgesprek.

Dit jaar is er al een eerste besparing in de langdurige zorg ingevoerd, in de vorm van een verhoging van de eigen bijdrage.

De toename van de eigen verantwoordelijkheid en de eigen bijdrage noopt hulpbehoevenden ertoe zich te bezinnen over de vraag hoe ze de benodigde zorg willen organiseren. Uiteraard wordt daarbij ook gekeken naar woonvormen die het mogelijk maken zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven leven, zoals serviceflats, ­seniorenwoningen, patiobungalows en een levensloopbestendige huizen ­(woningen die kunnen worden aangepast aan zorgbehoeften).

Brug te ver

Maar omdat in de toekomst steeds meer zorg zal neerkomen op familieleden, komen nu ook steeds vaker woonoplossingen in beeld waarbij de hulpbehoevende en mantelzorger dicht bij elkaar wonen.

Een ouder in huis nemen is voor veel mensen een brug te ver, vanwege het gebrek aan privacy en gebrek aan woonruimte. Sommige families besluiten daarom te verhuizen naar een kangoeroewoning: een huis dat bestaat uit twee geschakelde zelfstandige woningen die aan elkaar zijn verbonden, door bijvoorbeeld een tussendeur.

Voordelige oplossing

Een minder ingrijpende variant die daar recentelijk bij is gekomen is de mantelzorgwoning. Dit is een verplaatsbare zelfstandige woning die naast het huis van de mantelzorger wordt neergezet. Deze voorziening biedt meer flexibiliteit. Als de bewoner overlijdt of verhuist, kan het pand eenvoudig worden doorverkocht en verplaatst naar een ander gezin. De achterblijvers zitten niet opgescheept met een lege woning.

Voor de overheid een voordelige oplossing: wonen in een mantelzorgwoning bespaart het Rijk gemiddeld € 32.000 per woning per jaar vergeleken met opname in een verzorgingshuis, zo blijkt uit een quick scan uit 2010 van onderzoeksbureau Rigo.

Kangoeroewoningen

Roos Verheggen van Mezzo, de landelijke vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg, verwacht dat de belangstelling voor mantelzorg- en kangoeroewoningen de komende jaren zal toenemen. ‘Deze huizen zijn zo aangepast dat hulpbehoevenden hun autonomie kunnen behouden’, zegt zij.