Als je haar nodig hebt, is ze er

Mensen met dementie kunnen langer thuis blijven wonen als zij ondersteuning krijgen van een casemanager. Zo kan jaarlijks 200 miljoen euro worden bespaard. Versnipperde budgetten in de zorg staan dat echter in de weg. 

 

Een paar weken nadat Jan de la Fosse (73) 'niet zo goed' had gescoord op een geheugentest bij de huisarts, belde Susan van Dijk op voor een afspraak. Zij is als casemanager dementie in dienst van Geriant, een zorgorganisatie voor dementie in Noord-Holland-Noord. Sinds twee jaar komt ze elke drie maanden langs bij De la Fosse en zijn vrouw Greetje in Midwoud. Tussendoor belt ze. Het echtpaar is blij met Van Dijk. 'Ze is ze een vertrouwd persoon geworden', zegt Greetje de la Fosse. 'Een goede bekende, die mij leidt om mijn man te begeleiden.' 'Susan neemt het allemaal heel rustig op. En dan word ik ook rustig', zegt haar echtgenoot.

Susan van Dijk is een van de 50 casemanagers die in dienst zijn bij Geriant. Net als de meeste van haar collega's is zij een ervaren hbo-verpleegkundige die een opleiding tot casemanager dementie heeft gevolgd. Samen begeleidden zij vorig jaar tussen de 3.000 en 3.500 patiënten. Alle huisartsen in de regio, ruwweg het gebied vanaf Alkmaar tot en met Texel, melden een vermoeden van dementie onmiddellijk bij Geriant. Een begeleider neemt binnen enkele weken contact op met de patiënt en zijn familie, waarna nader onderzoek volgt.

 Niet meer alleen

 Door het regelmatige contact ziet Van Dijk wanneer iemand meer, of andere hulp nodig heeft. Ze kan daarbij terugvallen op een team met een psychiater, een geriater (specialist ouderengeneeskunde) en een psycholoog. Ze is een persoonlijke coach voor de patiënt en zijn familie, weet de weg in het doolhof van de gezondheidszorg en voorkomt dat verschillende hulpverleners langs elkaar heen werken. Ze regelt thuishulp of dagopvang en zonodig een indicatie voor een verpleeg- of verzorgingshuis. Zolang haar cliënt thuis woont, houdt de manager contact. De relatie eindigt als de patiënt in een tehuis wordt opgenomen of overlijdt.

'Ik zit niet bij de pakken neer', zegt Jan de la Fosse. 'Ik hou van vissen en doe spelletjes op de computer. En 's middags doe ik een dutje.'

De ziekte van haar man heeft het leven van Greetje de la Fosse totaal veranderd. 'Ik sta versteld van mezelf', zegt ze. 'Dat ik het geduld kan opbrengen om kalm te blijven als hij bijvoorbeeld dingen ergens anders legt dan waar ze horen. Soms wil hij weg, maar ik kan hem niet meer alleen laten. Ik neem hem overal mee naar toe.' Hij: 'Ik ben nog nooit zoveel bij Albert Heijn geweest.'

Beetje eigenwijs

 Het geeft haar een veilig gevoel dat ze altijd een beroep op Van Dijk kan doen. 'Als je haar nodig hebt, is ze er. Deze zomer, op de camping, kreeg mijn man waanideeën; hij zag vreemde mensen, maar die waren er niet. Ik wist niet wat ik moest doen, dus ik belde Susan. Het was haar vrije dag, maar ze kwam meteen. Ze ging met ons mee naar de dokter van Geriant, dat wilde ik graag. Mijn man krijgt nu medicijnen. De informatie van Susan was duidelijker dan die van de dokter.'

Tien jaar geleden was Geriant een van de eerste instellingen waar het casemanagement voor mensen met dementie werden ingevoerd. 'Deze aanpak kost 7 euro per patiënt per dag, terwijl verzorging in een tehuis tussen de 200 en 300 euro per dag kost, zegt Geriant-directeur Jan Vuister. 'Bij die 7 euro voor de casemanager moet je dan nog wel de kosten eventuele thuiszorg of dagopvang optellen, maar dan nog.'

VGZ, de grootste zorgverzekeraar in de regio, betaalt zowel de casemanagers als de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. In een recent onderzoek vergeleek VGZ de kosten in Noord-Holland-Noord, waar altijd een casemanager wordt ingeschakeld bij beginnende dementie, met die in enkele andere regio's, waar dat niet standaard gebeurt. De kosten voor de zorg van dementerenden in Noord-Holland bleken per patiënt gemiddeld bijna 50 duizend euro lager te zijn dan elders. Omgerekend voor heel Nederland kan door het inschakelen van casemanagers 200 miljoen euro worden bespaard, zegt VGZ.

In Nederland zijn thans, omgerekend naar voltijdbanen, 273 casemanagers actief, maar volgens de Stichting Alzheimer Nederland zijn er 1.200 nodig, als het Geriant-model - de 'best practice' - wordt toegepast. Geld is een groot probleem. Toch is het inzetten van casemanagers op nog grotere schaal onvermijdelijk, vindt Jan Vuister. 'Je kunt niet blijven doorgaan met het bouwen van verpleeghuizen. Nu kost de zorg voor dementerenden 4 miljard per jaar, maar als er niets verandert, is dat in 2040 verdubbeld. Dat kan niet. We moeten de slag winnen bij de mensen thuis.'

Soms komt de grens van casemanagement in zicht. Mevrouw Lies Huisman (93) woont alleen in 'het mooiste huis van Midwoud', tegenover het Koggenlandhuis, een verzorgingshuis. 'Ik ga daar niet heen', zegt ze. 'Dan kom ik in een donker kamertje terecht waar nooit zon komt. Ieder mens wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven. Ik wil me waarmaken, ik wil niet over me laten lopen. Ik blijf waakzaam.'

Maar ze laat ook merken zich vaak alleen te voelen. 'Omdat je doof bent, krijg je geen bezoek. Dan zit je van 8 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds alleen.' Dan: 'Als het niet meer gaat, ik ben wel een beetje eigenwijs...' Ze maakt de zin niet af.

'Je staat al op een lijst, maar je kunt altijd zelf beslissen', zegt haar dochter. Ze doet nog boodschappen en kookt zelf, zegt Huisman. Volgens haar dochter klopt dat niet. 'Het koken is het afgelopen jaar 'rommelig' geworden. Ze valt af.' Een magnetron is geen oplossing, die kan ze niet bedienen. Susan zal de thuiszorg, die dagelijks een geheugenpleister komt plakken (om verdere vergeetachtigheid af te remmen), vragen om voortaan ook de magnetron aan- en uit te zetten. Als we de deur uitgaan, roept mevrouw Huisman ons achterna: 'Het is weer achter de rug!'

Op de koop toe

Jan en Jet Haverkamp, beiden 91 jaar, 63 jaar getrouwd, allebei een rollator, wonen op zichzelf in een appartement. Sinds een beroerte, zes jaar geleden, is zij dement. Hij denkt liever niet aan een verzorgingshuis. Wanneer de thuiszorg haar uit bed helpt, maakt hij het ontbijt klaar. Het avondeten komt van tafeltje-dek-je. 's Avonds helpen 'de zusters' haar in bed. Zijn dochter komt elke dag even langs. De twee middagen per week dat mevrouw naar de dagopvang gaat, gaat Haverkamp biljarten. 'Want ik kan mijn vrouw nooit alleen laten. Ik betrek haar zo lang mogelijk overal bij. Gezien onze leeftijd nemen we alle gelegenheden te baat om eropuit te gaan. Een bootreis, een hotel waar zorg voorhanden is. Wat we nú hebben krijgen we niet in een verzorgingshuis.'

Hij beseft maar al te goed dat er minder mogelijk is dan vroeger. 'Als je oud wilt worden, moet je de gebreken op de koop toe nemen. Maar ik mag zelf niks meer mankeren, want dan is het einde verhaal.' Sinds een paar jaar komt Susan van Dijk elke paar maanden even langs. Op de vraag wat haar komst heeft veranderd in de situatie van hem en zijn vrouw is het antwoord van Jan Haverkamp verrassend kort: 'Niets.' Dan zegt hij tegen haar: 'Als we naar een verzorgingshuis moeten, rekenen we op u. Maar zover is het nog niet.'

Jan Vuister directeur zorgorganisatie Geriant

'Houtje-touwtje'

In Nederland hebben 250 duizend mensen dementie, meestal de ziekte van Alzheimer. Eenderde van hen woont in een verpleeg- of verzorgingshuis. In 2040 zal het aantal personen met dementie zijn verdubbeld. In 2050 wordt de piek bereikt: 565 duizend. Anno 2012 wordt er 4 miljard euro uitgegeven aan dementiezorg. Een knelpunt is dat de casemanagers uit een ander verzekeringspotje (de basisverzekering) worden betaald dan de zorg in tehuizen. Thuiszorg, dagopvang en de verpleeg- en verzorgingshuizen vallen onder de AWBZ. Daarvoor gelden andere regels. Zorginstellingen en verzekeraars hebben per regio hun eigen 'houtje-touwtje'-oplossingen gevonden. Alle partijen in de gezondheidszorg pleiten er al jaren voor om de zorg voor mensen met dementie in één samenhangend systeem onder te brengen, betaald uit de basisverzekering. Maar dat gaat uiterst langzaam. Het onderzoek van VGZ is bedoeld om dat pleidooi kracht bij te zetten.

Bron: De Volkskrant 19 oktober 2012.